Wist je dat? [1] Klaskrant of blog?

ImageDe interessante babbels uit de praatronde leiden vaak tot meer… Dieren, kunst, taal, geschiedenis, landen, …alles komt aan bod. Sommige onderwerpen worden slechts ‘aangeraakt’ , andere zaken worden verder uitgediept en komen terecht in de rubriek ‘Wist je dat…’. Zo bouwen we een klas-encyclopedie uit.
Wat we daarmee verder doen en kunnen, hangt ook van jullie lezers af! We bespreken het alvast tijdens de eerste deelgroep.

 

 

De Rodderbot

Het begon allemaal vanochtend .
Thuis dronk ik een kopje koffie terwijl mijn vrouw in bad zat.
Plots zag ik dat de kast omviel !
Wonder bij wonder, er zat een geheime gang achter de kast.
Ik ging in de gang, hij was heel lang .
Toen ik uit de gang kwam, zag ik dat ik op de noordpool was .
Brr, zei ik . Wat was dat daar? In de verte zag ik een schim, het was een monster.
Ik volgende het op een afstand .
Het ging een megagroot huis binnen .
Ah, daar ben je, hoorde ik .
Ik vond het raar, dus ik ging uit nieuwsgierigheid kijken .
Wauw, dacht ik toen ik binnen kwam .

Overal lag er echt geld.
Voorzichtig ging ik eens rondsnuffelen .
Plots hoorde ik harde stemmen uit een kamer en even later hoorde ik voetstappen die in mijn richting kwamen. Snel probeerde ik mij te verstoppen .
Er kwam een man naar buiten. Hij zag me gelukkig niet zitten.
Fjoe zei ik .
Maar die fjoe was er net iets te veel aan want de man had dat gehoord en hij zei:
Rodderbot, ga eens kijken.
Het monster dat ik had gezien kwam naar buiten. Het stond nu vlak bij mij.
Het monster zei met een lage stem: Wat hoorde ik daar?
Ik hield mij heel stil want hij keek recht naar mij en stapte dichter en dichter naar mij .
Ik bleef muisstil zitten maar dat hielp niet want plots pakte hij mij op .
Hij nam me mee naar binnen ik kwam in een grote zaal terecht .
Er zaten twee mannen in de zaal, één van de twee nam het woord .

Wat doe jij hier, vroeg hij op een heel boze toon.
Als straf zal jij werken voor ons! Haal mij maar een fles wijn en noem ons meester .
Als je niet wil luisteren, dan beland je in de mond van de rodderbot , ons monster.
Er was nog iets waar ik niet bij stil bij had gestaan : hoe kunnen die mannen dat monster in hun macht hebben . Dat moest ik uit pluizen maar hoe zou ik dat aanpakken?
Een fles wijn ! hoorde ik vlak naast mijn oor roepen.
Ja meester maar waar staat de wijn, vroeg ik.
In de keuken . Er hangt een bordje aan de deur met keuken op .
Ik ging kijken en vond al snel de keuken. Binnen rook het naar worst en er stond een meters hoge stapel afwas. Ik wou zo snel mogelijk uit die vieze keuken weg en nam de wijn.
Onderweg terug zag ik een bord met laboratorium op.
Ik ging kijken en vond er een mega machine.
Ik begreep direct dat de mannen met deze machine dat monster in hun macht hadden.
Er stond een knop ‘uit’ en ik drukte ze in. Ik vond naast de machine een gsm en belde eerst mijn vrouw op om haar gerust te stellen. Daarna belde ik de politie en ik deed mijn verhaal.
Ze kwamen meteen en de boeven gingen de bak in.

[Loïc]

Ra de zonnegod of waarom ‘snachts de maan verschijnt.

In het begin was het donker maar de god Ra komt uit het water. (Siebe)

Ra brengt licht op de aarde. (Ella)

Ra is de zon. (Dzeni)

Ra maakte een andere god, Geb die in het water ligt. Zijn armen en benen zijn de bergen. (Jano)

Ra huilt en uit iedere traan komt een iets levend. (Anne-Milie)

Uit elke traan komen mensen, dieren en planten. (Miro)

Op een dag begonnen de dieren en de mensen te vechten.(Myra)

Ra was verdrietig. (Tessa)

De zon wou niet blijven. Hij ging naar de hemel en toen werd het donker op aarde. (Isabella)

Om de mensen niet bangte maken, maakte hij wat lichtjes, de sterren en een groter licht, de maan. (Vedran)

Zelf stapt Ra in een boot en hij vaart de onderwereld in. (Loïc)

Elke avond wacht er een boot die Ra naar de onderwereld brengt. Daar wordt hij aangevallen door een slang. (Jaitse)

Elke keer als Ra vertrekt wordt het nacht. Hij wint elke nacht van de slang en elke ochtend komt Ra weer terug. (Anna)

Jens de pinguïn (Miro)

   
Jens de pinguïn schaatst op het ijs. Plots breekt het ijs en hij valt in het ijskoude water.
   
In het water wordt Jens achtervolgd door een bloeddorstig haaitje. Jens wordt opgegeten door de haai. Zijn vleugel bloedt.
   
Jens heeft een grote spijker. Hij wordt verder in het lijf van de haai gesleurd samen met een stroom overgeefsel. Jens springt uit het overgeefsel en loopt op de longen en steekt zijn spijker recht in het hart van de haai.
   
Er komt meer en meer overgeefsel en Jens wordt weer meegesleurd en zo komt hij weer uit het lijf van de haai. Jens is bevrijd en hij roept: Jeuh, dansparty bij m’n huisje!
De pinguïn komt terug thuis en gaat naar binnen. Hij steekt het vuurtje aan en kijkt wat tv. Hij haalt iets uit de koelkast: 2 lekkere visjes op een bord. Einde!